Het debat rondom fashion weeks lijkt een vast patroon te volgen: de wisseling van de wacht, de debuten van ontwerpers en de eerste collectie onder een nieuwe creatief directeur. Alle ogen zijn gericht op de luxemerken. Zullen zij de magie creëren die consumenten volgend seizoen naar de winkels trekt? Wordt de nieuwe ontwerper de redder, de vernieuwer of de ondergang? En, onvermijdelijk, wat zeggen de critici vanaf de zijlijn?
Wanneer de ‘Grote Vier’ – New York, Londen, Milaan en Parijs – hun laatste show presenteren, vergeten we vaak dat het modeseizoen al begin september in Hong Kong van start ging.
Hong Kong Fashion Fest, nu in zijn derde editie, krijgt steeds meer een eigen vorm. En dat is misschien wel het meest interessante eraan.
Hong Kong kiest voor een andere aanpak dan de traditionele fashion week. Er is minder van het bekende spektakel van redacteuren en inkopers die van show naar show rennen, om vervolgens in de volgende zwarte SUV te verdwijnen. Catwalkcollecties en presentaties bestaan natuurlijk nog steeds, en in- en verkoop blijven de kern van de business. Centrestage, het gevestigde handelsplatform van de Hong Kong Trade Development Council, is daar een belangrijk onderdeel van. Maar Fashion Fest probeert iets breders: mode transformeren van een reeks catwalkafspraken naar een cultureel en commercieel ecosysteem.
Tot nu toe gaat dat goed.
Een poging om Parijs, Milaan of Londen te kopiëren zou zowel duur als zinloos zijn. In plaats daarvan positioneert Hong Kong zich als een Aziatische hub voor design en cultuur. Het verbindt mode met retail, productie, duurzaamheid, technologie, kunst en, belangrijker nog, business.
Het onderscheid is belangrijk
Een traditionele fashion week draait grotendeels om de collectie. Hong Kong lijkt juist geïnteresseerd in wat er voor en na de collectie gebeurt. Waar wordt het gemaakt? Wie gaat het kopen en hoe wordt het gecommuniceerd? Waar haalt de ontwerper de stoffen vandaan? Hoe spreekt de retailer de klant aan? En wat gebeurt er als die klant niet langer onder de indruk is van weer een westers luxelogo op een handtas?
De editie van 2026 van Fashion Fest bracht acht belangrijke programma’s samen in de stad, variërend van couture en herenmode tot duurzaamheid, denim, handel en stadsbrede retailactivaties. Meer dan 300 lokale en internationale ontwerpers en merken namen deel. Het festival was bewust naast modebeurs Centrestage gepland, waardoor een aanzienlijke hoeveelheid Aziatische modeactiviteiten in twee weken werd gebundeld.
Het is een typische aanpak voor Hong Kong: alles met elkaar verbinden, kijken wat aanslaat en de stad zelf als locatie gebruiken.
De ambitie is duidelijk groter dan alleen meer jurken verkopen
Er valt een sterk argument te maken voor Hong Kong als een modehub waar Oost en West samenkomen, niet slechts als een prettige geografische frase, maar omdat de stad op een uitzonderlijk waardevol kruispunt staat van design, financiën, retail en productie. De mogelijkheden in Hong Kong en China blijven aanzienlijk. Het is een plek voor zaken en innovatie. In tegenstelling tot een groot deel van West-Europa heeft het nog steeds toegang tot grootschalige productie-infrastructuur en een geavanceerde toeleveringsketen.
Voor internationale merken is het begrijpen van deze markt ook aanzienlijk complexer geworden. Decennialang is de Chinese consument de westerse luxefantasie aangeprezen. Dit varieerde van logo’s en Europees erfgoed tot de nogal brede aanname dat iedereen zich wil kleden als iemand die over de Place Vendôme wandelt.
Die aanpak is verouderd.
Een campagne voor Chinees Nieuwjaar met een paar rode lantaarns en een draak, hoe mooi ook gefotografeerd, getuigt niet langer van cultureel begrip. De consument is verfijnder, beter geïnformeerd en aanzienlijk minder onder de indruk van het voor de hand liggende. De vraag is niet langer alleen hoe westerse merken aan China kunnen verkopen, maar hoe zij China kunnen begrijpen.
En China heeft steeds vaker zijn eigen antwoorden. Hong Kong zeker.
Een golf van jonge ontwerpers in de regio doet het op zijn eigen manier. Tigerstrolling uit Hong Kong is daar een voorbeeld van. Zij behoren tot een generatie die internationale modeopleidingen en -ervaring heeft opgedaan, om vervolgens terug te keren en dichter bij huis hun eigen visuele taal te ontwikkelen. Phan Huy, bijvoorbeeld, heeft een praktijk opgebouwd rond Vietnamese zijde, borduurwerk en couturetechnieken, terwijl hij opereert binnen een steeds internationaler modecircuit. Bij Virtuose, onderdeel van het Fashion Fest, werd zijn werk dit jaar getoond naast dat van de Spaanse Guillermo Décimo, evenals Tigerstrolling en Vivian Luk, een andere lokale ontwerper uit Hong Kong.
Het heeft iets bevrijdends om niet ver van huis te hoeven gaan om succesvol te zijn.
Net zoals een Amerikaanse ontwerper een aanzienlijk bedrijf kan opbouwen zonder direct de noodzaak te voelen een showroom in Parijs te openen, hebben Aziatische ontwerpers steeds vaker markten, productie, materialen, talent en consumenten binnen handbereik. Hong Kong en het vasteland van China zijn niet per se opstapjes naar het Westen. Ze kunnen bestemmingen op zich zijn.
De stad zelf is onderdeel geworden van het creatieve landschap
De evenementen vonden plaats in musea, tentoonstellingsruimtes, hotels, galeries, congrescentra, warenhuizen en winkelcentra. Mode was niet beperkt tot een bubbel van de usual suspects uit de industrie. Fashion Fest is op zijn interessantst wanneer het dit begrijpt: dat een fashion week er niet per se uit hoeft te zien als een fashion week.
Bij warenhuis Harvey Nichols Pacific Place bracht het Wear’s HK-initiatief opkomende ontwerpers uit Hong Kong naar een retailomgeving waar mensen de kleding daadwerkelijk konden ontdekken en kopen. Het bredere programma omvatte zes winkel- en modelocaties, waaronder Harbour City, IFC Mall, Hysan Place, Festival Walk en Hong Kong International Airport. Hierdoor werden ongeveer twintig lokale ontwerpers in contact gebracht met consumenten in de hele stad.
Het is een eenvoudig, maar cruciaal idee: als mode een groter publiek wil, moet het zijn waar de mensen al te vinden zijn.
Misschien was niet elke pop-up even succesvol. Sommige hadden te kampen met beperkte ruimte. Andere gaven de indruk dat ze in de minder prestigieuze hoeken van het winkelcentrum waren geplaatst in plaats van op de toplocaties. Maar de intentie was goed. Fashion Fest probeerde mode zichtbaar te maken buiten de modewereld.
Het Hong Kong Fashion Fest Gala, georganiseerd door de Hong Kong Fashion Council en gesponsord door de Cultural and Creative Industries Development Agency onder het Bureau voor Cultuur, Sport en Toerisme, bracht leiders uit de mode, het bedrijfsleven, de overheid en de creatieve sector samen. Het omvatte de presentatie “10 Asian Designers to Watch” en was bedoeld als een ontmoetingspunt tussen mode en de bredere creatieve economie.
Het is gemakkelijk om deze evenementen af te doen als industrie-diners. En toegegeven, de modewereld heeft nooit een tekort aan evenementen gehad. Maar het gaat om het onderliggende idee. Als Hong Kong wil dat mode functioneert als een industrie in plaats van alleen een imago, moeten de mensen die het financieren, produceren, verkopen en reguleren in dezelfde ruimte zijn. Het is ook goed om af en toe succes te vieren, te midden van de somberheid in de rest van de wereld.
Tijdens een rondetafelgesprek ging de discussie over de uitdagingen voor luxemerken, Aziatische retailers en lokale spelers. Het werd duidelijk dat de manier waarop een merk met zijn klant communiceert nu net zo dynamisch is als de collecties zelf.
De oude formule – een collectie maken in Europa, deze fotograferen in Europa, er een beroemd persoon in stoppen en het verkopen aan Azië – is niet langer voldoende. De Chinese consument is overspoeld met westerse merken die hun logo’s en westerse kledingstijlen promoten. Op een gegeven moment wordt het minder interessant om te horen hoe luxe eruit ziet als je dat zelf kunt bepalen.
Een nieuwe generatie
Dit is waar de jongere generatie bijzonder interessant wordt. Zij zijn opgegroeid met beide kanten van het verhaal. Ze kennen Parijs en Londen. Ze kennen TikTok en Xiaohongshu [socialmediaplatform, red.]. Ze kennen Europese luxe en Chinese productie. Ze begrijpen het theater van de mode, maar ook de mechanismen erachter.
De tentoonstelling van Italiaanse modeprofessional Sara Sozzani Maino, ‘Future Threads: Menswear’s New Waves Between Italy and Hong Kong’, maakte die Oost-West-dialoog bijzonder tastbaar. Als ambassadeur voor internationale nieuwe talenten en merken van de Camera Nazionale della Moda Italiana, stelde Maino een tentoonstelling samen die opkomende herenmode uit Italië en Azië met elkaar verbond. Ze gebruikte de lente/zomer 2027-collecties om de veranderende relatie tussen de twee modeculturen te onderzoeken.
Het interessante was niet alleen het naast elkaar plaatsen van Italiaanse en Aziatische ontwerpers. Het was de suggestie dat de dialoog niet langer eenrichtingsverkeer is. Jarenlang ging het Westen naar Azië om te produceren en naar huis om te ontwerpen. Die scheiding wordt steeds moeilijker te handhaven.
De opkomende ontwerpers van Hong Kong profiteren ook van iets wat in de gevestigde modesteden moeilijk te vinden is: kansen.
Er zijn minder gevestigde luxemerken, minder lagen van concurrentie en, misschien wel het belangrijkste, juist een netwerk van publieke en industriële ondersteuning. De Cultural and Creative Industries Development Agency, die opereert onder het Bureau voor Cultuur, Sport en Toerisme, is een belangrijk onderdeel van die infrastructuur geworden, naast organisaties als de Hong Kong Fashion Designers Association en de Hong Kong Trade Development Council.
Die steun creëert kansen, maar ook een klein probleem. Want als er één punt is waarop Hong Kong Fashion Fest soms tekortschiet, is het de formule van de evenementen zelf.
In Hong Kong is het gebruikelijk dat overheidsfunctionarissen en sponsors een openingstoespraak houden bij bijna elk evenement dat zij ondersteunen. Bij Fashion Fest is dat vrijwel alles. Daarna volgen foto’s van elke sponsor, spreker en hoogwaardigheidsbekleder, nog voordat er iets is gepresenteerd.
Het is een beetje langdradig.
Wanneer Chanel in Parijs showt, hoeft CEO Leena Nair geen toespraak te houden voordat de modellen opkomen. Leidinggevenden van modegroep Kering hoeven niet individueel op de foto met iedereen wiens geld de show van een merk uit de groep mogelijk heeft gemaakt. De mode-industrie begrijpt dat de beste manier om zelfvertrouwen te tonen soms is om simpelweg door te pakken.
Natuurlijk is het indrukwekkend om te zien hoe overheidsfunctionarissen aanwezig zijn, steun bieden en serieuze interesse tonen in mode. In veel Europese steden komen politici vaak alleen voor de foto en de verplichte handdruk, om daarna weer te verdwijnen. De functionarissen van Hong Kong lijken te begrijpen dat mode een economische en culturele industrie is die actieve ontwikkeling verdient en dat zij de sleutel tot het succes zijn.
Maar mode heeft ook een beetje spontaniteit nodig. Een beetje oneerbiedigheid. Een beetje coolness. Te veel plechtigheid kan die sfeer uit een ruimte halen.
De lezing van de in Shanghai gevestigde communicatie- en creatief strateeg Bohan Qiu op de Fashion Summit was bijzonder relevant. Qiu, oprichter van BOH Project, werkt al jaren op het snijvlak van Chinese en internationale mode. Hij is een van de meest zichtbare stemmen geworden in de evolutie van de Chinese luxemarkt. Zijn carrière omvat mode, communicatie, modellenwerk en creatieve productie. Dit geeft hem een bijzonder nuttig perspectief op hoe Europese luxemerken de Chinese consument opnieuw hebben moeten benaderen.
Als je naar hem luistert, krijg je het gevoel dat de Chinese modemarkt niet langer uitgelegd hoeft te worden aan de hand van Europese referenties.
Misschien is dit de grotere kans voor Hong Kong. Fashion Fest hoeft geen tweede Parijs te worden. Het hoeft zelfs geen tweede Shanghai te worden. Het kan iets nuttigers worden: een plek waar de verschillende onderdelen van de Aziatische mode samenkomen. Waar ontwerpers fabrikanten en retailers kunnen vinden. Waar internationale merken kunnen luisteren in plaats van alleen verkopen. Waar consumenten mode kunnen ontdekken buiten het traditionele luxecircuit. En waar cultuur en commercie aan dezelfde tafel mogen zitten.
Maar daarvoor moet het festival op zijn eigen instincten vertrouwen. Iets minder ceremonie. Minder foto’s van mensen achter de schermen. Meer diverse ontwerpers en meer mode.
En misschien, af en toe, het vertrouwen om iemand zonder de goedkeuring van de top een gaaf feest te laten organiseren.
